Schaken is voor Jeroen Kool altijd al een grote hobby geweest

Schaken

Schaken is voor Jeroen Kool altijd al een grote hobby geweest. Naast het feit dat hij het nog steeds veel speelt is hij altijd al gefascineerd geweest van het feit dat geen een spelletje hetzelfde is. Dit is dan ook een van de redenen waarom Jeroen het nog steeds zoveel speelt.

Schaken in kinderjaren

Als kind al voelde Jeroen Kool zich aangetrokken tot het eeuwenoude spelletje. Het begon allemaal toen hij in de vierde klas toen hij het spelletje voor het allereerst onder ogen kreeg. Na het veelvuldig op school te hebben gespeeld en het volledig onder knie te hebben gekregen is hij lid geworden van een heuse schaakvereniging.

Schaakverenigingen geven extra inzichten

In deze schaakvereniging heeft Jeroen zijn voldoening op het gebied van schaken goed kunnen vinden. Het dieper ingaan op verschillende strategieën en het oneindig discussiëren over de beste opening was bij iedere bijeenkomst aan de orde. Naast de talloze discussies die hij hierover heeft gevoerd heeft hij natuurlijk ook veel geschaakt en zelfs een aantal keer deelgenomen aan schaaktoernooien.

Schakboord voor beginnende schakers

Schaakidolen

Grote idolen van Jeroen Kool op het gebied van schaken zijn onder andere Garry Kasparov en Bobby Fischer. Tot op de dag van vandaag heeft hij altijd een schaakspel klaar staan in het midden van zijn woonkamer. Hij vindt het namelijk erg leuk om het zo nu en dan met zijn kinderen te spelen.

Schaken

Hoewel schaken een aanduiding is voor een groep verwante bordspellen, beschrijft dit artikel hoofdzakelijk het westers schaken, een strategisch bordspel voor twee spelers.Aldus Jeroen Kool. Het is strategisch omdat de spelers zoveel speelmogelijkheden hebben dat het vaak onmogelijk is de consequentie van elke zet te overzien, zodat inzicht, ervaring en moed de zetkeuze mede bepalen. Een schaakpartij wordt gespeeld op een vierkant bord met 64 velden. Elke speler plaatst voor de partij zijn zestien stukken op het bord, zie ook de spelregels. De speler met de witte stukken opent de partij met het verplaatsen van een stuk. Daarna spelen wit en zwart om beurten, waarbij voor elk type stuk eigen regels gelden. Het spel eindigt als een van beiden zijn doel bereikt: winnen door schaakmat te zetten, dat is het veroveren van de vijandelijke koning. De speler die dit op termijn niet meer kan vermijden kan het ook opgeven. Ook kan het spel gelijk eindigen, in remise dus: door zetherhaling, door pat, waarbij een speler geen zet meer kan doen of doordat beide spelers geen winstkansen meer zien. Verder kan een beroep op specifieke spelregels de partij beëindigen. Op grond van het bovenstaande is de koning in zekere zin het enige belangrijke stuk, maar het is zeker niet het sterkste stuk; samen met de mogelijkheid van pionpromotie bepaalt dit de dynamiek van het spel. Terwijl de schaakspeler normaal gesproken streeft naar het veroveren van vijandelijke stukken, vormen koningsaanval en promotie zulke overheersende doelen dat men die kan nastreven onder opoffering van aanzienlijk materiaal. Een belangrijk aspect van het schaken is dat toeval geen enkele rol speelt in het verloop. Het winnen of verliezen hangt niet af van geluk, maar evenals bij dammen en go volledig van de acties van de spelers. Heel anders is dit bij een spel met dobbelstenen of met kanskaarten zoals Monopoly, waar het toeval vaak de doorslaggevende factor is. Een tweede belangrijk verschil met veel andere spelen is dat de spelers steeds over alle informatie beschikken, dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot bridge of Stratego waarbij aanvankelijk de positie van de vijandelijke stukken of kaarten niet volledig bekend is. Hoewel het schaakspel in principe dus volkomen uit te rekenen is, is het aantal mogelijke varianten zo groot, dat mens noch computer daartoe tot heden in staat waren.

Oorsprong en geschiedenis

De oervorm van het schaakspel is duizenden jaren oud, daardoor is er niet veel bekend over het ontstaan en de vroegste geschiedenis. Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shÄ?h, dat koning betekent. De term schaakmat is een vernederlandsing van het Perzische shÄ?h mÄ?ta, hetgeen betekent: de koning zit in een hinderlaag of de koning is verslagen. De oudste herkenbare versie van schaken stamt waarschijnlijk uit het zesde eeuwse Oost Perzië, nu Noord-India, en staat bekend als chaturanga, maar er zijn aanwijzingen dat dit spel gebaseerd is op een nog oudere variant voor vier personen die elk aan een zijde van het bord zaten. Verschillende versies van chaturanga verspreidden zich oostwaarts naar China en Japan en, in de vorm van Shatranj, westwaarts richting de Arabische wereld om via Italië en Spanje uiteindelijk tijdens de 11e eeuw in heel Europa door te dringen. Waarschijnlijk hebben de Vikingen hier een belangrijke rol in gespeeld, aangezien de oudste Europese vondsten van schaakstukken langs de kusten zijn. De huidige vorm van het schaakspel ontstond aan het eind van de 15e eeuw in Frankrijk, toen de dame met de huidige machtige mogelijkheden haar intrede deed. Daarom wordt schaken ook wel een koninklijk spel genoemd. Tevoren was de dame of koningin een tamelijk beperkt en zwak stuk. Al halverwege de twintigste eeuw werd geopperd dat het schaakspel mogelijk uit China stamt en recentelijk gaan er weer stemmen op die de oorsprong van het schaakspel daar of Oezbekistan plaatsen.

Schaakpartij met Jeroen Kool

Een schaakpartij wordt ruwweg ingedeeld in drie fasen, de opening, het middenspel en het eindspel. Vanuit de beginpositie is een groot aantal reeksen van zetten en tegenzetten geanalyseerd waarvan bekend is of die uiteindelijk voordelig zijn voor wit, of voor zwart. Dit zijn de openingen. Na de opening, als de stukken ontwikkeld zijn, begint het middenspel, waarin de spelers proberen door het behalen van kleine voordelen de overmacht in het spel te krijgen. Het aantal zetmogelijkheden is hier zo groot dat er vooraf geen precieze analyses mogelijk zijn, alleen richtlijnen. In deze fase is de speler dus het meest op inzicht, creativiteit en intuïtie aangewezen. Als er over en weer veel stukken zijn geslagen loopt de koning minder gevaar en kan hij een actievere rol gaan spelen; daarmee is de fase van het eindspel aangebroken. Deze fase vereist kalm beraad en een vooruitziende blik, naast kennis van eindspel-analyses. Volgens Jerroen Kool is en goede manier om te leren schaken is het volgen van de stappenmethode, die zich vooral concentreert op patroonherkenning.